De National Sheriffs’ Association herhaalt haar verzet tegen de bepalingen inzake gedecentraliseerde financiering (DeFi) in de CLARITY Act, en de Blockchain Association stelt dat de wetshandhavingsorganisatie het bij het verkeerde eind heeft.
Wetshandhavers beweren dat de CLARITY Act criminelen in de kaart speelt. De sector zegt dat ze het bij het verkeerde eind hebben

Belangrijkste punten
- De National Sheriffs' Association heeft Thune en Schumer een nieuwe waarschuwing over de CLARITY Act gestuurd.
- Lindsay Fraser van de Blockchain Association is van mening dat het standpunt van de NSA voortkomt uit een „fundamenteel misverstand”.
- Het geschil draait om sectie 604, die ontwikkelaars van niet-custodiale software beschermt.
Een hernieuwde waarschuwing van de wetshandhavingsinstanties
De National Sheriffs' Association heeft een brief gestuurd aan John Thune, de meerderheidsleider in de Senaat, en Chuck Schumer, de leider van de Democraten, waarin zij waarschuwen dat de CLARITY Act, zoals deze nu is opgesteld, zou leiden tot brede vrijstellingen van registratie-, 'ken-uw-klant'- en antiwitwasverplichtingen, en sanctiewetgeving voor bepaalde deelnemers aan gedecentraliseerde financiering, waardoor illegale actoren mogelijk misbruik zouden kunnen maken van platforms en diensten die zijn ontworpen om transacties met digitale activa te verdoezelen.
Het is niet de eerste waarschuwing van de vereniging over dit onderwerp, aangezien de NSA hetzelfde bezwaar al eerder naar voren bracht in een brief van 13 mei aan de Senaatscommissie voor het Bankwezen, en zich vervolgens eind juni aansloot bij een gezamenlijke brief van vier organisaties waarin de waarschuwing bijna woord voor woord werd herhaald, wat betekent dat de brief van augustus niet zozeer een nieuwe waarschuwing is als wel een derde herhaling van dezelfde kernklacht, nu de deadline voor het reces van de Senaat nadert.
De groep van sheriffs staat hierin niet alleen; zij sluit zich aan bij de National District Attorneys Association, de National Association of Assistant United States Attorneys en de International Association of Chiefs of Police in de waarschuwing dat de behandeling van DeFi in het wetsvoorstel mazen zou kunnen openen die mensenhandelaars, sanctieontduikers en witwassers zouden kunnen misbruiken; een coalitie waarvan de gezamenlijke brief dateert van eind juni en waarvan het kernargument sindsdien in elke brief van de NSA is herhaald.
Het specifieke doelwit van het bezwaar van de coalitie is sectie 604 van het wetsvoorstel, een bepaling die algemeen wordt aangeduid als de „Blockchain Regulatory Certainty Act”, die bescherming biedt aan ontwikkelaars die niet-bewarende software, wallets en protocollen bouwen zonder ooit de controle over gebruikersgelden over te nemen.
Wetshandhavingsinstanties stellen dat deze uitzondering zo ruim is geformuleerd dat ook activiteiten die daadwerkelijk bewaargevend zijn of het witwassen van geld faciliteren, aanspraak kunnen maken op dezelfde bescherming, waardoor de ‘Know-Your-Customer’- en antiwitwasnormen worden verzwakt ten opzichte van wat traditionele financiële instellingen moeten naleven.
Het weerwoord van de sector
De Blockchain Association heeft dit argument niet onbeantwoord gelaten en heeft een duidelijk tegenbericht verstuurd.
Bovendien, toen de coalitie van vier organisaties in juni voor het eerst dezelfde klacht naar voren bracht, verwierp Lindsay Fraser, de chief policy officer van de brancheorganisatie, de interpretatie van Sectie 604 als een „fundamenteel misverstand“ over wat de bepaling daadwerkelijk doet, en zei:
Artikel 604 heeft één specifieke functie: het voorkomt dat ontwikkelaars van niet-bewarende software ten onrechte worden aangemerkt als geldtransporteurs wanneer zij geen activa in bewaring hebben of geen controle uitoefenen over transacties.
Ze ging nog verder in het verwerpen van het idee dat de bepaling een achterdeurtje creëert voor malafide actoren, en verklaarde ronduit dat deze „criminelen geen immuniteit verleent”, „de handhaving van sancties niet beperkt” en „vervolging wegens witwassen, fraude of terrorismefinanciering niet tegenhoudt”.
Een verdeeldheid die de stemming zou kunnen bepalen
De impasse illustreert waarom de kwestie rond wetshandhaving in de CLARITY Act een eigen subplot is geworden binnen de bredere strijd in de Senaat. In tegenstelling tot het ethische geschil over Trumps zakelijke banden met de cryptosector of de vragen over het toezicht op stablecoins – die de onderhandelingen afzonderlijk hebben vertraagd – zet de strijd rond sectie 604 actieve wetshandhavingsorganisaties rechtstreeks tegenover de brancheorganisatie die het hardst lobbyt voor goedkeuring, waarbij beide partijen beweren de openbare veiligheid te vertegenwoordigen.
De wetshandhavingsgemeenschap zelf is verre van eensgezind over de bepaling. De National Organization of Black Law Enforcement Executives heeft het wetsvoorstel op 1 juli formeel gesteund en werd daarmee de eerste grote wetshandhavingsgroep die het onvoorwaardelijk steunde, met het argument dat het de al lang bestaande strafrechtelijke handhavingsbevoegdheden behoudt en tegelijkertijd zinvolle nieuwe mogelijkheden toevoegt.
Twee dagen later, op 3 juli, schakelde Major County Sheriffs of America – een aparte organisatie, los van de National Sheriffs’ Association, die sheriffkantoren vertegenwoordigt die 130 miljoen mensen bedienen – wat betreft sectie 604 specifiek over van actieve oppositie naar een neutraal standpunt. De organisatie liet de Senaatscommissie voor het Bankwezen weten dat voortgezette gesprekken extra duidelijkheid hadden verschaft over hoe de bepaling daadwerkelijk zou worden geïmplementeerd.
Nu Thune heeft aangegeven dat de Senaat nog steeds verwacht vóór het zomerreces in augustus een stemming in de plenaire vergadering te houden en er nog ongeveer vier wetgevingsdagen op de klok staan, is deze strijd over de aansprakelijkheid van projectontwikkelaars uitgegroeid tot een van de meer gedetailleerde en ingrijpende kwesties.
Dit artikel is met behulp van AI uit het Engels vertaald. De originele Engelstalige versie is de gezaghebbende bron; geautomatiseerde vertalingen kunnen onnauwkeurigheden bevatten, met name in juridische en regelgevende terminologie.












