Het Openbaar Ministerie heeft drie mannen in staat van beschuldiging gesteld in verband met een incident dat zich op 1 mei in Nieuw-Vennep heeft voorgedaan en waarbij sprake was van ontvoering, mishandeling en afpersing van een man naar aanleiding van een geschil over cryptovaluta.
Nederlandse rechtbank behandelt rechtszaak over ontvoering in verband met cryptovaluta-geschil

Belangrijkste punten
- Een man is door het Openbaar Ministerie aangeklaagd in verband met een cryptogeschil op 1 mei waarbij afpersing van 69.000 dollar plaatsvond.
- Risicovolle cryptoschema’s leiden tot offline afpersingsdreigingen, waarop volgens de Nederlandse wetgeving een gevangenisstraf van maximaal 15 jaar staat.
- De verdachte is voorlopig in vrijheid gesteld in afwachting van de volgende zitting van de rechtbank in Amsterdam op 8 september.
Strafrechtelijke sancties volgens de Nederlandse wet
Een geschil over investeringen in cryptovaluta escaleerde tot ontvoering, afpersing en vernederende mishandeling van een man in Nieuw-Vennep, zo verklaarde het Openbaar Ministerie op 4 augustus tijdens een voorlopige zitting in Amsterdam.
Drie verdachten worden ervan beschuldigd het slachtoffer op 1 mei in een auto gevangen te hebben gehouden, terwijl ze probeerden ongeveer 69.000 dollar van hem af te persen. Volgens het Openbaar Ministerie vertelde het slachtoffer aan de rechercheurs dat hij met een vuurwapen werd bedreigd en gewaarschuwd dat zijn ogen zouden worden uitgestoken en zijn vingers zouden worden afgesneden als hij niet zou meewerken.
Het Openbaar Ministerie verklaarde dat de rechercheurs screenshots hebben veiliggesteld van een video waarop te zien zou zijn hoe het slachtoffer in een bosrijke omgeving bij Nieuw-Vennep werd vastgehouden, gedwongen werd zich volledig uit te kleden en werd blootgesteld aan vernederende mishandelingen, waaronder het ondergeplast worden. De verdachten worden er tevens van beschuldigd te hebben gedreigd de beelden openbaar te maken als onderdeel van de afpersingspoging.
Volgens de Nederlandse afpersingswet staat op het dwingen van iemand door middel van geweld of de dreiging met geweld om geld of eigendommen af te staan een wettelijk maximum van negen jaar gevangenisstraf. Indien het misdrijf gezamenlijk door meerdere daders wordt gepleegd of gepaard gaat met ernstig geweld, stijgt het wettelijk maximum tot 12 jaar.
Daarnaast staat op het ontvoeren of vasthouden van iemand tegen zijn of haar wil een gevangenisstraf van maximaal acht jaar, terwijl gijzelneming een wettelijke maximumstraf van 15 jaar met zich meebrengt.
Volgens lokale berichten verscheen de verdachte, die alleen wordt geïdentificeerd als Younes B. (24), een vechtsportinstructeur die lesgeeft aan kinderen, voor de rechter op beschuldiging van het leiden van een gewelddadige en intimiderende campagne en het plegen van „uiterst beangstigende en vernederende handelingen“.
B. ontkende dat hij het slachtoffer met een vuurwapen had bedreigd, en zijn advocaat merkte op dat de beschuldiging uitsluitend berust op de verklaring van het slachtoffer. Zijn advocaat beweerde verder dat B. samen met het slachtoffer geld had geïnvesteerd in cryptovaluta, en omschreef de regeling als „een soort piramidespel“ waar B. in was getrapt.
Toen hij zich tijdens de zitting tot het slachtoffer richtte, toonde B. berouw en erkende hij dat hij en het slachtoffer al jaren goede vrienden waren.
"Ik heb het recht in eigen handen genomen. Dat had ik nooit mogen doen. Er is geen rechtvaardiging voor wat ik heb gedaan", zei B. tegen de rechtbank.
De rechtbank beval dat B. met ingang van 5 augustus onder strikte voorwaarden in vrijheid zou worden gesteld, waaronder verplicht toezicht door de reclassering. In haar uitspraak merkte de rechtbank op dat de beschuldigingen leken voort te komen uit „een op zichzelf staand conflict in een leven dat verder goed geordend lijkt te zijn“.
De broer van B., die eveneens verdachte is, blijft in hechtenis. Een derde verdachte werd eerder in het onderzoek vrijgelaten. De rechtbank heeft de volgende zitting vastgesteld op 8 september, wanneer de zaak mogelijk overgaat in een inhoudelijke behandeling.
Dit artikel is met behulp van AI uit het Engels vertaald. De originele Engelstalige versie is de gezaghebbende bron; geautomatiseerde vertalingen kunnen onnauwkeurigheden bevatten, met name in juridische en regelgevende terminologie.












