Aangedreven door
Legal

Rechtbank Bevestigt Sluiting Ripple v SEC Zaak, Vergrendeling van de Juridische Status van XRP

De juridische status van XRP blijft sterk staan nu de rechtbank definitief de beroepen afwijst, waardoor de uitdagingen van Ripple en de SEC eindigen en een cruciaal precedent in de geschiedenis van de Amerikaanse cryptoregulering verankerd wordt.

GESCHREVEN DOOR
DELEN
Rechtbank Bevestigt Sluiting Ripple v SEC Zaak, Vergrendeling van de Juridische Status van XRP

Rechtbank Rondt Afwijzingen van Beroepen Ripple vs SEC Af, Classificatie XRP Blijft Stevig

Het Hof van Beroep voor het Tweede Circuit in de VS heeft op 22 augustus 2025 formeel erkend dat zowel Ripple Labs Inc. als de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) hun respectieve beroepen hebben ingetrokken, waarmee een eind komt aan het beroepshoofdstuk van hun jarenlange juridische confrontatie over XRP. In een beknopte procedurele beslissing accepteerde de rechtbank de gezamenlijke verklaring onder Federal Rule of Appellate Procedure 42, waarmee een einde komt aan de herziening in beroep en de beslissingen van de onderliggende district rechtbank worden bevestigd.

Directeuren Brad Garlinghouse en Chris Larsen, vermeld als verweerders naast Ripple, werden ook opgenomen in de definitieve afhandeling van de zaak. De goedkeuring van de intrekking door de rechtbank ging gepaard met minimale toelichting, afgesloten met de verklaring:

De verklaring wordt hierbij ‘Zo Bevolen’.

De afronding van de intrekkingen liet de bevindingen van de lagere rechtbank overeind, waarmee een nauwlettend gevolgde zaak werd afgesloten die aanzienlijk invloed heeft gehad op de reguleringsdiscussie rond digitale activa in de Verenigde Staten.

In december 2020 startte de oorspronkelijke klacht van de SEC waarin gesteld werd dat Ripple een niet-geregistreerd effectenaanbod had uitgevoerd via de verkoop van zijn XRP-token. De SEC stelde dat XRP voldeed aan de wettelijke definitie van een effect en daarom onderworpen was aan reguleringsvereisten volgens de Amerikaanse effectenwetgeving. Ripple bestreed die opvatting en stelde dat XRP niet voldeed aan de criteria uiteengezet in de Howey-test, de juridische standaard die wordt gebruikt om te bepalen of een transactie als een investeringscontract kwalificeert.

Districtsrechter Analisa Torres heeft geoordeeld dat XRP-verkoop op openbare beurzen aan particuliere investeerders geen effecten-transacties vormden, terwijl directe verkopen aan institutionele kopers dat wel deden. Dit verdeelde vonnis, hoewel het geen absolute overwinning bood, stelde een precedent dat van invloed kan zijn op hoe rechtbanken de classificatie van digitale tokens interpreteren bij toekomstige handhavingsacties.

Na de uitspraak legde de rechtbank een burgerlijke geldboete van $125 miljoen op aan Ripple, een aanzienlijke verlaging van de $2 miljard die door de SEC werd geëist. Ripple en de SEC bereikten vervolgens een schikking, maar hun gezamenlijke schik kingverzoek werd door de rechtbank afgewezen, die de integriteit van haar oordeel handhaafde. Omdat er geen haalbare manier was om de uitkomst via verdere rechtszaken te wijzigen, besloten beide partijen hun beroepen in te trekken, waarmee het vonnis en de bijbehorende boete zonder verdere wijzigingen werden afgerond.